Verliefdheid moet uitgeroeid worden!
Verliefdheid is doffe ellende. Op z’n best een wilde, onverantwoordelijke roes die (snel) overgaat. In bijna alle gevallen een gevaarlijke vlaag van verstandsverbijstering. Een manie die maakt dat we ons niet meer kunnen concentreren op wat écht belangrijk is: ons werk, onze familie, onze gezondheid. En als het over is en ons hart gebroken, worden we zielig en depressief. Verliefdheid leidt helemaal nergens toe, zéker niet tot een verstandige partnerkeuze.
Vandaar mijn stelling: weg met de verliefdheid! En hoe gaan we dat doen? Gewoon: door het verliefdheidsgen uit ons genenpakket te halen. Via genetische manipulatie dus, voor mijn part op zeer prille leeftijd, bijvoorbeeld op het moment dat we onze baby’s inenten tegen al die andere gevaarlijke ziektes. Op die manier kan de mensheid in één generatie van die rare psychische ziekte verlost zijn.
De misvatting dat je eerst tot over je oren verliefd moet worden op de man of vrouw van je leven, is een uitvinding van Hollywood. Dat geloven we alleen in het zich aan soaps vergapende westen. In de rest van de wereld worden huwelijken gearrangeerd. Dat willen zeggen: zorgvuldig voorbereid, met geduld, verstand en overleg, en met behulp van familie en vrienden. In de rest van de wereld weten ze namelijk dat een duurzame relatie niet voortkomt uit een kortstondige vlaag van verliefdheid, maar uit een grondig onderzoek naar wie bij wie past. Dát is de normale procedure!
Verliefdheid verhindert dat je nuchter oordeelt en verstandig kiest. Wat verlang je van je toekomstige levenspartner: rust of avontuur, risico’s of veiligheid, kracht of verstand, schoonheid of ervaring? Of een onmogelijke cocktail van alles? Maak zo’n checklist, je leert er jezelf beter door kennen.
Zonder verliefdheid geen liefde, zegt u? Dat hebt u glad verkeerd. Uit vriendschap, samenwerking en respect kan diepe liefde groeien. Uit verliefdheid diepe haat en fysieke afkeer. ‘Hoe is het in vredesnaam zo ver kunnen komen dat ik nu naast dit vreemde sujet, man of vrouw, op de bank zit’, vragen velen zich af eens de vlinders weggefladderd zijn. Als je een jong katje in huis neemt, ben je daar niet verliefd op. Maar na verloop van tijd ga je er wel liefde voor voelen.
Ik zeg dit niet uit persoonlijke bitterheid, al spreek ik uit ervaring. Ik zeg het omdat we allemaal een lang en gelukkig leven met een schat van een partner verdienen. En ik meen het.