Isabelle (35)
“Als ik denk aan een maagd van vijfendertig, denk ik aan een nerd, een loser. Dat bén ik niet, en toch ben ik maagd. Niemand die het weet, ik wil geen stempel krijgen. Ik wil niet dat mensen naar me kijken en denken: wat zou er mis zijn met haar, waarom is ze nog maagd? Mijn vrienden vinden me een toffe, vlotte madam, en dat bén ik ook. Waarom ik dan toch nog maagd ben? Ik weet het zelf niet, eerlijk gezegd. Ik ben te zwaar, maar ik ken zo veel dikke mensen – een pak dikker dan ik – die een bloeiend seksleven hebben. Ik ben niet gekleed als een seut – áltijd een decolleté, show your assets – en ik ben niet op mijn mondje gevallen. Maar mannen en ik, het is gewoon een combinatie die niet lijkt te werken. Ik heb heel veel mannelijke vrienden, ze vinden me allemaal fantastisch. Maar niemand wordt verliefd op me. Ik ben ieders vriend, niemands lief, zoiets. En om nu zelf een man te gaan ‘binnendoen’, zo ben ik niet”
Nathalie (27)
“God is een beetje als een vader. Hij wil ons beschermen en zegt dat we seks voor het huwelijk moeten bewaren en dat we het niet zomaar met om het even wie moeten delen. Het is een geschenk voor die ene juiste partner, een cadeau dat je slechts één keer kunt uitpakken, daarna is het voorgoed voorbij.”
“Ik weet dat seksualiteit heel belangrijk is, maar naar mijn gevoel wordt er steeds ‘goedkoper’ mee omgesprongen. Snelle seks is voor veel mensen een makkelijke manier om een leegte op te vullen. Ik heb al veel vriendinnen in die val zien trappen. Ze verwarren seks met liefde en komen steevast bedrogen uit, vaak met een gebroken hart op de koop toe. Seks vanwege de lust verwarmt misschien je bed, maar niet je hart.”
“Inmiddels ben ik zevenentwintig en heb ik nog geen partner gevonden. Mijn tweede vriend wilde niet wachten tot we getrouwd waren. Omdat ik hem echt graag zag, heb ik getwijfeld of ik aan hem zou toegeven. Maar ik besloot dat ik mijn maagdelijkheid wilde bewaren voor die ene man die het écht meent. Sindsdien heb ik niemand meer gehad.”
Laila (23)
“Pas nu, nu ik de breuk met Mohammed heb verwerkt, besef ik dat mijn moeder gelijk had toen ze me aanraadde mijn magdenvlies te laten herstellen. Ik weet dat het maar een operatie is, maar toch: ik voel me weer maagd. Het is alsof die tijd met Mohammed achter me ligt, alsof ik opnieuw kan beginnen. Als ik nu een man leer kennen, start ik met een schone lei. Ik heb dat recht: ik ben om de juiste redenen met mijn ex naar bed geweest. Ik zag hem graag en wilde met hem trouwen. Moslimmeisjes die onbezonnen leven maar zich dan laten opereren, maken zichzelf iets wijs. Zij zullen nooit opnieuw maagd zijn. Ik wel: ik wil nu nog een jaar, misschien twee jaar, wachten en dan verloof ik me. En deze keer zal het met de ware zijn. Misschien vertel ik mijn man over Mohammed, misschien ook niet. In de ideale omstandigheden is hij tegen dan ook uit mijn hoofd verdwenen. Pas dan zal ik weer helemaal maagd zijn.”